11 mei 2012

Ko Colijn: Verkiezingsspringtij
Hoort bij: Geen categorie — admin @ 09:09

Het nederlaagje van Merkel in Sleeswijk-Holstein was de belangrijkste verkiezingsuitslag.
Het is altijd een beetje saai om over verkiezingen te schrijven, vooral als ze over het buitenland gaan. Wat zou het Henk en Ingrid uitmaken of de Egyptische president straks uit de Moslim Broederschap komt, of Khamenei in Iran wint van Ahmadinejad, en of de Griekse radicalen samen bijna veertig procent van de stemmen hebben? Zou er iets aan hun pensioen veranderen door de verkiezing van François Hollande? Antwoord: heel soms heel veel.

Op electionguide.com kun je zien dat er dit jaar in totaal honderdtien keer ergens in de wereld nieuwe presidenten of parlementen worden gekozen of grote volksraadplegingen zijn die de boel op zijn kop kunnen zetten. Zoals op 31 mei, als de Ieren mogen stemmen over de Europese begrotingsregels. Dat is één keer in de drie dagen, dus er verandert veel en tegelijkertijd niets, want het is altijd al zo geweest. Een rukje naar links in het ene land wordt soms weer gecompenseerd door een rukje naar rechts in het andere, de wereld draait door. Maar af en toe vallen – alsof de zon en de maan en de aarde in elkaars verlengde staan en springtij of een supermaan veroorzaken – verkiezingen wonderlijk samen en verdienen ze aandacht.

Afgelopen zondag was het superverkiezingsspringtij. Er waren liefst vijf verkiezingen die als ze apart gehouden waren weer business as usual zouden zijn geweest, maar nu was het verhoogde dijkbewaking. Het ging (1) om Sarkozy of Hollande in het Elysée. Het ging er (2) om of de Grieken een stap in de richting van de euro of van de chaos en de drachme zouden zetten. Zou in (3) Servië de pro-westerse Boris Tadic het winnen van de conservatieve nationalist Tomislav Nikolic? En dan waren er (4) nog deelstaatverkiezingen in Sleeswijk-Holstein, die niet meteen het lot maar wel het humeur van Angela Merkel bepalen. Ten slotte ging het wat verderop om de vraag of (5) de Armeense verkiezingsuitslag de kans op heropening van de grens met Turkije groter ging maken, of juist de kans op een oorlogje met Azerbeidzjan dat Nagorno-Karabach weer terug wil. Het kan daar in de Kaukasus gemeen spoken, denk aan de paniek in Europa toen Rusland en Georgië het in 2008 aan de stok kregen en Sarkozy halsoverkop naar Petersburg vloog om het vuur te bezweren.

Laten we nu even alleen naar Europa kijken: Frankrijk, Sleeswijk-Holstein, Servië en Griekenland. Voor het gemak zeg ik dat in al die verkiezingen voor of tegen Europa kon worden gekozen. Dat gaf twaalf mogelijke uitkomsten. Het werd de meest gevreesde. Winst van Hollande, een verscheurd Griekenland, verlies van Merkel in Sleeswijk-Holstein en winst van Nikolic in Servië: de meest anti-Europese uitslag die uit de bus kon komen. Alle verloven ingetrokken, de schuimkoppen klotsen over de Europese dijken.

Hoe gaat de eerste krachtmeting tussen Angela Merkel en François Hollande aflopen in een Europa dat steeds minder zin krijgt in Duitse begrotingstucht? Wat gaat er op de Balkan gebeuren als in Griekenland (eenentwintig procent werkloosheid, de helft van de jongeren zonder baan) en Servië (vierentwintig procent werkloosheid, ook de helft van de jongeren baanloos) de nationalisten de toon gaan zetten?

Van alle verkiezingen kreeg de Franse uitslag de meeste aandacht. Begrijpelijk, het Elysée doet er toe, maar zelfs commentator Wolfgang Münchau in de Financial Times was vooraf niet bang voor een verkiezing van Hollande. Ik verzeker u dat hij een van de hardste en meest pessimistische Duitsers is die de crisis volgt, dus dat Merkollande vindt zijn weg wel.

De allerminste aandacht ging uit naar het nederlaagje van Merkel in Sleeswijk-Holstein. Ik ben een matige voorspeller, geen Nouriel Roubini (de econoom die al in 2005 de kredietcrisis voorspelde), maar dat vind ik nu de belangrijkste verkiezingsuitslag van afgelopen weekend. Dat nederlaagje brengt Merkel van haar stuk, gaat ervoor zorgen dat ze komende zondag een nog flinker tikje krijgt in Noord-Rijnland-Westfalen, en dan beginnen de eurodijken te schuiven. Dan is de verkiezingscascade geen business as usual meer en houd ik mijn adem in. Er zal een Europese Kunduz-coalitie moeten oprijzen om de voeten droog te houden.

26 april 2012

Ko Colijn: Spel der hypocrisie.
Hoort bij: Geen categorie — admin @ 12:30

Mark: nu duidelijk nee zeggen, niet voor herhaling vatbaar.
Op het moment dat Jan Kees de Jager op een IMF-vergadering in Washington tevreden meldde dat Europa er fijn in slaagt (‘significante vooruitgang’) om de schuldencrisis te bezweren, werd in Den Haag het tapijt onder het kabinet vandaan getrokken. Hij kon meteen een taxi naar het vliegveld nemen.
Het was des te pijnlijker omdat het IMF bezig was geld in te zamelen voor het noodfonds dat landen zal bijstaan in het afweren van aanvallen door financiële markten als gevolg van de eurocrisis. Zo hadden Japan, Zwitserland, Noorwegen en zelfs Groot-Brittannië al 430 miljard dollar bij elkaar gelegd, maar wel met de eis dat Europese landen ook orde op zaken in hun eigen huishouding moesten stellen. De actie van Wilders c.s. had wat dat betreft niet slechter getimed kunnen zijn.

De financiële markten en rating agencies zullen de prijs die Nederland betaalt verder opvoeren en het is misschien goed om dat de oudjes die Wilders zo na aan het hart liggen nog eens uit te leggen.

Ook pijnlijk: de vileine verbazing in het buitenland over het feit dat uitgerekend Nederland, hartstochtelijk voorstander van een straf-Duitse aanpak van de Europese begrotingsproblemen en niet te beroerd om Griekenland steeds de les te lezen, er niet in slaagt om streng te zijn voor zichzelf.

Maar om daarmee de zwarte piet eenzijdig bij de PVV te leggen gaat ook weer te ver. Je mag ervan uitgaan dat Mark Rutte de pseudo-coalitiepartner aan het begin van de besprekingen in het Catshuis nog eens duidelijk heeft gemaakt dat de 3 procent randvoorwaarde was, om er niet na zeven weken op een zaterdagmorgen nog eens achter te komen dat zelfs dat niet het geval is. Ik geef hem in dit opzicht het voordeel van de twijfel, maar dat neemt niet weg dat hij de betrouwbaarheid van de PVV heeft overschat – en de schade die Wilders ons land nu bezorgt heeft onderschat.

De brave Stef Blok bleef de zondag na het drama lief over ‘Geert’ spreken en koesterde in Buitenhof de illusie dat hij een prachttijd had beleefd met de PVV en nog zou kúnnen beleven (‘de VVD sluit nooit een partij uit’), alsof ook hij niet zeven weken lang in het Catshuis en achttien maanden ervoor het spel der hypocrisie had meegespeeld. Hij bleef zich verwonderd afvragen hoe het toch mogelijk was dat Wilders, vermoedelijk gesteund door Bosma en Agema, een overeengekomen ontwerpakkoord niet door de fractie van de PVV hadden weten te slepen. ‘Onzin, wij waren er unaniem tegen!’ twitterde Wilders nog tijdens de uitzending, daarmee bewijzend hoe onbetrouwbaar hij (zo niet achttien maanden lang, dan toch: op die zaterdagmorgen zelf) was en hoe naïef zijn tafelgenoten.

Ik laat het fileren van het Catshuis-echec zelf graag aan Binnenhofdeskundigen over. Blind voor het feit dat ook andere partijen, oppositie vooral, niet vies waren van gemarchandeer met Europese begrotingsnormen, ben ik ook niet dus ik ben wel heel benieuwd hoe de Nederlandse politiek het voor elkaar gaat krijgen om nog iets van een ordentelijke begroting door de brievenbus van Olli Rehn te duwen.

Ik maak mij wel druk om het onvermogen van de VVD en het CDA om zichzelf te blameren voor het experiment met de PVV. Voelt men zich nu pas verraden door Geert? Dit doet het ergste vrezen voor het komende politieke tijdperk. Door de PVV nu eens ongeremd wél aan te wijzen als het gezelschap dat Nederlandse belangen schaadde, de status van gedoogpartner nooit verdiende, en door na een korte boosheid de eenmanspartij in een volgende kabinetseditie categorisch van meeregeren uit te sluiten, maken Rutte c.s. het zich misschien niet gemakkelijker maar zal Nederland wel voor voorspelbaarder, geloofwaardiger en gerespecteerder in het buitenland worden aangezien.

Maxime Verhagen kan het zich nu permitteren om vol naar Wilders uit te halen, hij zal niet de volgende CDA-leider zijn. De VVD van Stef Blok is blijkbaar zover nog niet. Maar het buitenland zal een herhaling van het experiment met de risee die Obama een ‘dhimmi’ en Erdogan een ‘mafkees’ noemt minder begrijpen. Het blijven spreken over ‘Geert’, de man die nu in een gelegenheidstirade het ‘verschrikkelijke Brussel’ in de beste Thatcheriaanse traditie schoffeert als zondebok voor eigen falen, als mogelijke partner in een volgend kabinet zou een akelige fout zijn, dat begrijpen de jongste bedienden bij Standard & Poors en Fitch nog wel. Dus Mark: nu duidelijk nee zeggen, niet voor herhaling vatbaar.

13 april 2012

Ko Colijn: Einde van Dezer Dagen
Hoort bij: Buitenland — admin @ 10:54

Volgens Heldring doet het er niet zoveel toe dat de wereld er sinds 1960 enigszins anders uitziet.

De nestor van de Nederlandse buitenlanddeskundigen, Jerôme Heldring, heeft na meer dan een halve eeuw besloten om zijn column Dezer Dagen te beëindigen. Gebrek aan inspiratie, luidt zijn motivering, maar eerlijk gezegd geloof ik daar niets van. Op gebrek aan scherpte viel Heldring niet te betrappen en áls er al sprake is van het vervallen in herhalingen is dat natuurlijk niet Heldring die dat doet maar de wereld zelf.

Gelukkig dat er steeds iemand onder ons was die over de feilloze zoekfunctie in zijn menselijk geheugen beschikte. Daarmee confronteerde Heldring ons wekelijks met de hardnekkige constanten in ons buitenlands beleid, de ongemakkelijke illusies van ons idealisme en de hinderlijke barrières die wij zelf opwerpen door ons belangrijker te vinden dan de werkelijke wereld ons toestaat. Tweeënvijftig jaar lang.

De herhaling mocht de trouwe volger dan misschien wel eens opvallen, je kunt niet anders concluderen dan dat de Nederlandse politiek, niet zelden door overmoed en moreel gelijk verblind, die duurzame spiegel van ontnuchtering nodig heeft.

Wie zou ik zijn om de duurzaamheid van Heldrings wereldbeeld zelf de maat te nemen – maar ik zou wel benieuwd zijn naar zijn antwoord op de vraag of hij vindt dat de internationale politiek in die tweeënvijftig jaar wezenlijk is veranderd. Als dat ‘ja’ zou zijn, dan is het constateren dat Nederland in oude fouten of, neutraler uitgedrukt, oude gewoonten vervalt natuurlijk geconditioneerd. Wat destijds hovaardig, onbezonnen en contraproductief was, hoeft dat nu niet per se te zijn. Of omgekeerd. In het project-Europa gelooft Heldring in elk geval niet. ‘Europa betekent als politieke actor niets. Helemaal niets. Ik geloof ook niet dat Europa dat ooit zal worden,’ zei hij in 2009 in de bundel De Nieuwe Wereld. Niet omdat hij er tegen is, vindt hij, maar omdat Europa volgens hem een Europa der staten is. En daar komt nog wat bij, maak ik op uit zijn afscheidsbijdrage voor NRC Handelsblad. ‘Europa wordt niet één omdat de democratie in slechts één land zich ertegen kan keren, het referendum van 2005 bijvoorbeeld.’ Ik denk dat Heldring bedoelt dat natiestaten hun democratie nooit aan Europa zullen weggeven.

In het project-Mensenrechten gelooft Heldring ook niet. Althans: in mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking als doelen op zichzelf ziet hij niets. Wel als het politieke instrumenten, dus drukmiddelen, zijn. Dat is on-Nederlands. Het onverstandigst wat een klein land als Nederland kan doen, vond hij, is om de mensenrechten tot kernpunt van zijn buitenlandse politiek te maken. China de les lezen? Niet doen, ‘maakt niet de minste indruk, werkt irriterend en is mogelijk zelfs contraproductief’. En als een minister van Buitenlandse Zaken dat dan toch doet (toen: Verhagen), dan moet je je daar niet op voor laten staan.

In een project-Idealisme gelooft Heldring ook niet. Dat ligt volstrekt in het verlengde van zijn euroscepsis en afwijzing van mensenrechten als kerndoel van buitenlandse politiek. ‘Politiek is een spel om de macht,’ schrijft hij in zijn afscheid, in duizend toonaarden heeft hij de Nederlandse pretentie om moreel gidsland (‘Jeanne d’Arc’) te zijn, afgewezen. Ook grote landen kunnen zich de luxe van ‘waandenkbeelden’ niet permitteren, zie het maakbaarheidsdenken van de neoconservatieve politici onder Bush junior, die dachten dat Irak ‘als een soort democratische magneet (…) het hele Midden-Oosten zou laten kantelen’. Het draait dus allemaal om macht; dat de Nederlander dat een vieze gedachte vindt, schrijft Heldring toe aan de heimelijke neutraliteitsreflex die ons land nog altijd in de genen heeft.

Misschien trek ik onjuiste conclusies als ik denk dat het er volgens Heldring niet zoveel toe doet dat de wereld er sinds zijn eerste column in 1960, althans in cijfers, enigszins anders uitziet. Daar zou je over kunnen debatteren. Het gaat niet zo goed met Europa, maar het is er intussen wel en het heeft tegenwoordig duizend bevoegdheden die het toen niet had. Eén ervan is dat we binnen een paar weken onze bezuinigingsplannen bij Olli Rehn moeten inleveren. Er zijn nu bijna 3000 multilaterale verdragen in de wereld, een orde van grootte meer dan een halve eeuw geleden. Er zijn naar ruwe schatting minimaal 30.000 mensenrechtenorganisaties op de wereld, een spraakmakend deel van de global civil society waarover een halve eeuw geleden niet werd gesproken. Experts zeggen dat het aantal democratieën ongeveer is verdrievoudigd. Democratieën voeren liever overleg dan dat ze oorlogvoeren, dus dat lijkt me mooi meegenomen.
Hopend dat dit méér is dan toevallige fall out van machtspolitiek tussen soevereine staten, hoed ik me met gepaste dank aan Heldring voor illusies

2 april 2012

Ko Coliijn: Ruttes valsstarrige redenering
Hoort bij: Geen categorie — admin @ 10:05

Ruttes valsstarrige redenering
Als je vindt dat economische diplomatie een landsbelang is, moet je daar ook naar handelen.

Even laconiek als hardnekkig blijft Mark Rutte zeggen dat het Polenmeldpunt een particuliere oprisping van de PVV is, waarop hij als premier niet hoeft te reageren. Een gelegenheidsredenering die in het ‘afspraak is afspraak’-credo van dit kabinet wordt geperst. Ik zou er het woord ‘valsstarrig’ voor willen munten.

Ruttes voorganger dacht er in 2008 anders over toen een eerdere particuliere oprisping van Wilders het land in rep en roer bracht met het filmgedrocht dat Fitna heette. Het kabinet-Balkenende mobiliseerde het diplomatieke corps om de schadelijke gevolgen in moslimlanden, en dus voor ons land, te beperken. Waarom nu niet?

Verklaring één is misschien dat we toen de Deense cartoonrel net achter de rug hadden en dat die het klimaat onheilspellender maakte dan nu. Het kabinet moest rekening houden met vergelding uit radicale hoek.

Verklaring twee is een variant op één. Niet de wereld is veranderd, maar Nederland. We zijn inmiddels niet meer het aardige, tolerante land van vroeger. Het kabinet denkt dat de wereld aan het veranderde Nederland en Wilders gewend is geraakt en geen uitleg meer nodig heeft.

Verklaring drie is dat we nu niet met boze moslims, maar met boze Polen van doen hebben. Die zullen wel anders reageren, kan Rutte redeneren, want Polen zijn toch heel andere mensen. Geen redenering die van de gelijkheid der medemens uitgaat natuurlijk. Maar Rutte zou kunnen argumenteren dat de terreurdimensie in het Fitna-geval wel aanwezig was en in het Polengeval niet.

Verklaring vier is dat de PVV nu – althans voor het afhaken van Hero Brinkman – het kabinet-Rutte aan een Kamermeerderheid helpt. Eigenlijk had Balkende het in dit opzicht zelfs nog makkelijker dan Rutte: hij had de steun van de PVV niet nodig, dus had Fitna zonder coalitierisico kunnen wegwuiven als een privé-uitglijder van een gek geworden parlementariër. Maar dat deed hij niet, en dat contrasteert met Rutte. Rutte kan zich blijkbaar geen kritiek op gedoogpartner Wilders permitteren. De coalitie weegt het zwaarst.

Verklaring vijf is dat Rutte werkelijk meent wat hij zegt en het – anders dan Balkenende – allemaal niet zo interessant vindt wat gewone Nederlandse politici roepen en doen. Dat is jammer, onkies, onverschillig, ongeloofwaardig en bovendien erg zuinig in vergelijking met wat hij twee jaar geleden in het debat over de regeringsverklaring beloofde. Toen was hij weliswaar niet van plan om ‘als commentator’ iedere keer iets over Wilders te zeggen als hij het met hem oneens was, maar wel als het nodig was om problemen te analyseren en oplossingen aan te dragen. Zo’n probleem is er nu. En hij zei toen ook: ‘Wij zullen mensen nooit, maar dan ook nooit, afschrijven omdat ze een bepaald geloof of bepaalde etnische achtergrond hebben.’

Ook Maxime Verhagen ging twee jaar geleden een stap verder dan nu blijkbaar is toegestaan. Over het plan van Wilders om op 11 september in New York eens flink te keer te gaan tegen de bouw van een moskee op Ground Zero zei hij toen: ‘Op het moment dat er zaken gezegd worden die haaks staan op mijn opvattingen, zal ik in net zo scherpe bewoordingen afstand nemen als ik in het verleden heb gedaan.’ Wilders’ moskeetoespraak viel uiteindelijk nog mee, maar Verhagen hield woord en bekritiseerde het optreden. Dat was dapperder dan het tactische zwijgen nu.

Hoewel alle verklaringen wel een beetje van toepassing zijn, kun je voor de zoveelste keer concluderen dat buitenlandse politiek door dit kabinet zonodig wordt opgeofferd aan coalitiepolitiek en populisme. Dat is droevig genoeg, voor het land dat volgens de jaarlijkse ‘Index on Globalization’ het op twee na meest geglobaliseerde land ter wereld is. Het is behalve onfatsoenlijk bovendien contraproductief. Dit kabinet heeft economische diplomatie tot een apart en hoog beleidsdoel verheven. Binnen de departementen circuleren waslijsten van maatregelen en goede voornemens om de BV Nederland in de grote wereld vooruit te helpen.

Diplomatieke posten worden gesloten als ze daar niet aan bijdragen, anderen gaan juist open, laptopgezanten gaan op pad om boter, kaas en eieren te promoten, en er wordt gedacht aan een ‘exportadmiraal’ die Hollandse wapens aan de man brengt. Enzovoort. Als je vindt dat economische diplomatie een landsbelang is, moet je daar ook naar handelen. Het minste wat je dan zou verwachten, is dat economische diplomatie niet alleen landen, markten en harten verovert, maar ook andere landen niet wegzet. Een premier wordt niet afgerekend op zijn valsstarrige liefde voor Wilders, maar op het landsbelang.

2 maart 2012

Ko Colijn: Hoe ver kan Iran nucleair gaan tot de VS en Israël ingrijpen? De ‘red line’ is een gevecht op zichzelf
Hoort bij: Geen categorie — admin @ 10:22

Hoe ver kan Iran nucleair gaan tot de VS en Israël ingrijpen? De ‘red line’ is een gevecht op zichzelf.
Het nut van red lines (‘tot hier en niet verder’) is dat de tegenpartij weet waar hij aan toe is, er niet onderuit kan kruipen. Als ze geloofwaardig zijn, willen ze ook nog wel eens werken. Het gevaar van red lines is dat er geen weg terug is. In het conflict over het atoomprogramma van Iran wilden alle partijen tot nu toe de uiterste consequentie – oorlog – liever uit de weg gaan. Wel dreigen, maar niet zeggen waarmee en wanneer.

‘Alle opties liggen op tafel’ is de mantra, maar nooit een als…dan…-scenario. Dat is niet per se laf, maar bewuste politiek. Afschrikken werkt beter als je de tegenstander in het ongewisse laat. Maar als de maanden wegtikken zonder dat er iets gebeurt, komen de rode lijnen toch in beeld. Het atoomconflict met Iran knettert de laatste tijd van de red lines. Een teken van toenemende twijfel en spanning. Twijfel bij Israël en de VS over elkaars bereidheid tot het dreigen met militaire actie, spanning over de gewenste hoogte van de inzet.

Op 2 december zei Leon Panetta (de Amerikaanse minister van Defensie) dat Israël geen militaire actie moest ondernemen, en al helemaal niet zonder coördinatie met de VS. Half december zei premier Netanjahoe tegen Obama dat je zo de oorlog tegen Iran nooit zou winnen. Maar Panetta hield zijn poot stijf. Op 19 december vertrouwde hij een CBS-reporter toe dat het voor hem pas een red line was als Iran een kernwapen zou ontwikkelen, wat zeker nog een jaar niet het geval was. ‘Tenzij ze ergens een geheime uraniumverrijkingsinstallatie hebben.’

Slappe knieën, vond Israël. Op kerstavond zei vicepremier Moshe Ya’alon: ‘Als wij leiders in het Westen horen zeggen dat militaire actie geen werkelijke optie is, dat de prijs te hoog is, dan is het ook geen geloofwaardige optie meer.’ Maar Panetta bleef herhalen dat het kúnnen maken van de atoombom voor de VS niet de red line was, alleen het ontwikkelen ervan. Op 10 januari gooide stafchef Benny Gantz olie op het vuur door in de Knesset te voorspellen dat 2012 een kritiek ‘nucleair’ jaar voor Iran zou worden, waarin het land ‘onnatuurlijke gebeurtenissen’ zou gaan beleven. Kort daarna werd in Teheran een atoomexpert in zijn auto opgeblazen

De VS bleek inmiddels op een zijtoneel wel red line-taal te spreken. Op 12 januari berichtte The New York Times dat de regering-Obama via een geheim kanaal de geestelijke leider Khamenei had gewaarschuwd dat Amerikaanse oorlogsschepen Iran zouden beletten de Straat van Hormuz af te sluiten. Op 16 januari zei inlichtingenchef James Clapper in de Senaat dat Iran nog niet had besloten een kernwapen te ontwikkelen. ‘Belachelijk,’ reageerde Israëls andere vicepremier, Silvan Shalom, de volgende dag. Iedere westerse inlichtingendienst weet dat ze dat wél doen. ‘We moeten daar onderling niet over twisten en hen stoppen.’
‘Het Iraanse militaire atoomprogramma schuift nu een zone van immuniteit in. Het punt waarop een fysieke aanval erop onmogelijk wordt, is de grens.’
Op 2 februari ging de zenuwenoorlog tussen Washington en Jeruzalem door, toen The Washington Post het bericht bracht dat Panetta een Israëlische aanval op Iran ‘binnen drie maanden’ voor mogelijk hield. Terwijl Panetta het bericht niet weersprak, leek in Tel Aviv minister Ehoed Barak (Defensie) uit te leggen waarom de red line was gezakt: niet het hebben van de bom, niet het ontwikkelen ervan, niet het kunnen maken van de bom, maar het niet meer kunnen uitschakelen van het nucleaire programma was nu de grens voor militair ingrijpen. ‘Het Iraanse militaire atoomprogramma schuift nu een zone van immuniteit in. Het punt waarop een fysieke aanval erop onmogelijk wordt, is de grens.’

Na aanslagen op Israëlische diplomaten in Bangkok, Georgië en India kwam Netanjahoe op 15 februari in de Knesset met weer een nieuwe ‘rode lijn’, namelijk ‘tegen Iraanse agressie’. Op 16 februari kwam het in de VS-Senaat tot een botsing tussen inlichtingenbaas Clapper, die herhaalde dat Iran twee rode lijnen niet mocht passeren – het ontwikkelen van de bom en het sluiten van de Straat van Horzmuz – en Republikeinse senatoren die de vorige Israëlische rode lijn (kunnen maken) wilden volgen. Een dag later dienden de senatoren Lieberman en Graham een non-binding bipartisan resolutie in van die strekking, door 29 senatoren gesteund. Sinds een week of twee vinden ‘subgevechten’ in de Senaat plaats over afgeleide rode lijnen (want wanneer mag je spreken van ‘kunnen maken’?). Wanneer houdt het rodelijnengevecht eindelijk op?

Deze week gaat het verder als de ministers van Defensie van Israël en de VS elkaar ontmoeten, een week later staan Netanjahoe en Obama tegenover elkaar in Washington, met rode hoofden.

6 februari 2012

Ko Colijn: Over Koen Koch
Hoort bij: Geen categorie — admin @ 09:35

Wat zou columnist Koen Koch van de argumenten van de huidige regering hebben gevonden?

In het rijke leven van de op 21 januari veel te vroeg overleden Koen Koch was ook plaats voor zeven gelukkige jaren waarin Vrij Nederland wekelijks van zijn pen kon profiteren. Op 24 november 1979 schreef hij zijn eerste column ‘Over Politiek’, op 29 november 1986 zijn laatste.

Gelukkig voor dit blad in de eerste plaats, omdat scherp denken, goed schrijven, superieure kennis en een bedachtzame realiteitszin in hem aanwezig waren. Die eigenschappen, gevoegd bij zijn bescheidenheid en vriendelijkheid, maakten hem ook als docent politicologie geprezen en geliefd.

In de koele ontleding van het politieke bedrijf liet de realist in Koch alle ruimte voor de factor machtspolitiek. Als hij zich opwond, was het over naïviteit en ontkenning van de machtsfactor. En nog méér over valse naïviteit en hypocrisie in het politieke discours. Want de clinicus Koch redeneerde wel machtsrealistisch, maar altijd vanuit principes van rechtvaardigheid, oprechtheid en afkeer van geweld – idealen die in de politiek wel eens aan ‘realistische oplossingen’ plegen te worden opgeofferd.

In zijn eerste column voor VN maakte Koen Koch zich kwaad over PvdA-coryfee Piet Dankert, die zojuist het Haagse pluche had verruild voor een zetel in het Europees Parlement. Dat was in 1979 net voor het eerst direct gekozen, maar zeker toen nog een tandeloze tijger. Dat was de door de wol geverfde Dankert blijkbaar ontgaan, want eenmaal gearriveerd in Straatsburg ‘ontdekte’ hij dat Europarlementariërs niets te vertellen hadden, behalve dat ze soms eventjes ritueel mochten meepruttelen over de zwaar gesubsidieerde Europese boterberg en melkplas.

Hij begon een hopeloze kruistocht die Koch in het verkeerde keelgat schoot. Onoprecht, misleidend en weinig geloofwaardig vond hij Dankerts campagne, als hij zich beter had voorbereid, had hij geweten dat het Europees Parlement een flutparlement was. Een campagne tegen de overproductieve boeren was gratuit en misleidend, een goedkoop alibi ‘ter maskering van zijn eigen parlementaire onmacht’, en krokodillentranen daarover waren volksverlakkerij. Koen Koch maakte zich boos over die hypocrisie: doen alsof je democratisch verontwaardigd was, terwijl je best wist dat de machtsverhoudingen, en niets anders, ervoor hadden gezorgd dat het EP nooit meer dan een ‘coiffure parlementaire’ (de woorden van Paul-Henri Spaak) mocht worden.

In zijn laatste column voor VN wond Koch zich op over een andere vorm van onoprechtheid. ‘Ik ben steeds weer verbijsterd over de ongelooflijk stumperige manier waarop zaken met de oorlog samenhangende worden afgehandeld.’ Aanleiding was de discussie over het recht op pensioen voor volksvertegenwoordigers in het algemeen en de foute weduwe Rost van Tonningen in het bijzonder. Voorstanders bedienden zich van het argument dat de beginselen van de rechtsstaat en verworven rechten zwaarder moesten wegen dan emoties. Ja, mensen die vonden dat zwarte weduwes hun pensioenrecht hadden verspeeld (en dat naoorlogse toekenningen teruggedraaid moesten worden), werd zelfs verweten het niet zo nauw met de rechtsstaat te nemen. Een gotspe en een ‘meer dan valse tegenstelling’ vond Koch, omdat het juist tot de beginselen van de rechtvaardigheid behoorde om bestaande wettelijke regelingen te mogen aanpassen aan veranderde inzichten en verschuivingen in de politieke machtsverhoudingen. ‘Tot de beginselen van de rechtsstaat behoort niet de dictatuur van het bestaande, maar de mogelijkheid van verandering volgens wettelijke procedures.’

Het is nu geen 1979 of 1986 maar 2012. Wat zou Koen Koch gevonden hebben van de argumenten van de regering om geen excuses aan te bieden voor de deportatie van Joden in de Tweede Wereldoorlog (‘de regering beschikt niet over deskundigenadvies van die strekking’) of voor de dood van drie moslims die tijdens de val van de Bosnische enclave Srebrenica in 1995 vergeefs bescherming zochten bij Nederlandse VN-militairen (‘Kan niet, want het is nog onder de rechter’)?
Ach, daar mag je natuurlijk niet over speculeren, maar hier bedient onze regering zich zelfs niet van inhoudelijke, maar van de allermagerste procedurele argumenten. Het gesjacher met democratie en rechtsstaat stond de realist Koen Koch zeer tegen, het zijn twee idealen van de samenleving die te hoog zijn om oneerlijk te worden ingezet in het politieke discours. Van politici mag geëist worden dat ze, op straffe van zijn wijze verontwaardiging, juist oog hebben voor de ‘eerlijke’ machtsverhoudingen en de moed hebben om royaal af te rekenen met fouten uit het verleden – de dictatuur van het bestaande.

30 januari 2012

Ko Colijn: Race om grondstoffen
Hoort bij: Geen categorie — admin @ 08:55

De beste nationale strategie is geen nationale strategie, maar een gezamenlijke.

Je hebt mensen die geloven dat oorlogen om godsdienst gaan, om etniciteit, om voedsel, om ideologie, om de macht zelf, en je hebt mensen die vinden dat het uiteindelijk allemaal om rijkdom gaat. Aan het eind van de vorige eeuw waarschuwde Samuel Huntington voor een clash of civilizations, de War on Terror veronderstelde een clash tussen fanatieke islamterroristen en seculiere westerse staten. En nu mag je het weer over een race om grondstoffen hebben.

Helemaal onlogisch is dat niet. De wereld wordt multipolair, nieuwe grootmachten melden zich, oude raken in de knel, de toegang tot bekende (olie) en onbekende (neodymium) grondstoffen wordt opnieuw verdeeld. En desnoods bevochten. Oude mercantilisten vonden dat landen alles in het werk moesten stellen om zoveel mogelijk goud en deviezen te verdienen, want daar konden ze oorlog mee financieren. Door een gewonnen oorlog zou je je weer veiliger voelen, zo was de gedachte, maar een handige strategie was het niet, want als iedereen er zo over denkt, is het altijd overal oorlog.

Op een gegeven moment begon men te snappen dat niet iedereen tegelijk een handelsoverschot kan nastreven. Maar helemaal afgezworen is de nationale reflex nog niet. Want probeer maar eens aan die logica te ontsnappen als anderen de verleiding van het economisch nationalisme ook niet kunnen weerstaan. Marxistische boeken die op mijn boekenplank staan te vergelen leggen uit dat kapitalistische staten niet eens de keuze hebben, maar niet anders kunnen. Ze zijn van nature expansief en komen elkaar tegen als rivalen op verre afzetmarkten en wingebieden voor grondstoffen.

In 1969 schreef Harry Magdoff zijn bestseller The Age of Imperialism. Hij ging nog een stapje verder dan Lenin. De buitenlandse politiek van de VS kon helemaal verklaard worden uit de drive om zich van noodzakelijke grondstoffen te verzekeren. Want die waren een levensvoorwaarde voor de economie, enzovoort. In die jaren stampten we erin dat ‘neo-imperialisme de noodzakelijke voorwaarde was voor de reproductie van het kapitalisme’ om te slagen voor het tentamen Theorieën van Buitenlandse Politiek. Revisionisten als het echtpaar Joyce en Gabriel Kolko meenden zelfs dat de Koude Oorlog ervoor was uitgevonden in Washington.

Meer relaxte theorieën waren er natuurlijk ook – je moest het buitenlands beleid vooral niet zien als een voorgeprogrammeerd systeem, maar als de uitkomst van honderden belangen die zich door de instituties worstelen en uiteindelijk iets opleveren wat we ‘buitenlandse politiek’ noemen. Maar relaxt of niet, links of rechts, altijd doken die grondstoffen wel weer ergens op.

Of het nou is om oorlog te vermijden, of positiever uitgedrukt, om welvaart te bevorderen, alle theorieën leiden eigenlijk tot de conclusie dat nationale strategieën vroeg of laat tot problemen leiden. De enige nationale strategie die ‘sensible’ is, is de erkenning van die waarheid als een koe. De beste nationale strategie is eigenlijk het zoveel mogelijk bevorderen van het tegendeel, de strategie van de collectieve actie.

Het kabinet-Rutte voert economische diplomatie hoog in het vaandel. Een nationale economische diplomatie? Ambtenaren en diplomaten halen een beetje hun schouders op: dat doen we toch al jaren? De ambassadeursconferentie brainstormt deze week over een ‘nationale grondstoffenstrategie’. Maar ook hier: de beste nationale strategie is geen nationale strategie, maar een gezamenlijke. Zelfs supermachten hebben de grootste moeite om zich onafhankelijk te maken van buitenlandse grondstoffenleveranciers. Importbeperkingen (staal of halfgeleiders, onder Reagan) en export beperkingen (China nu, zeldzame aardmetalen) hebben meestal maar een paar jaar effect. De prijzen gaan omhoog, nieuwe mijnen worden rendabel, de markt herstelt zich, probleem voorbij.

Precies dertig jaar geleden sloeg de westerse wereld alarm over de afhankelijkheid van schaarse buitenlandse grondstoffen. De drie sterkste economische blokken, de VS, Japan en de (huidige) EU waren voor vijftig procent of meer importafhankelijk van bauxiet, koper, nikkel, zink, tin, kobalt, ijzererts, mangaan en chroom. Het is allemaal goed gekomen omdat nationale strategieën niet werkten, sterker nog: niet bepleit werden. Verplichte literatuur in die jaren was The Rise of the Trading State van Richard Rosecrance. ‘Als regeringen zich (toen, KC) hadden gecommitteerd aan het verminderen of uitschakelen van die afhankelijkheid van elkaar, zou het netwerk van economische banden conflicten juist in de hand gewerkt hebben.’ Helaas is het tegenwoordig weer verleidelijk om te denken dat het tegendeel waar is.

22 december 2011

Ko Colijn: Het jaar van de pleinen
Hoort bij: Geen categorie — admin @ 10:55

Â
De belangrijkste gebeurtenissen van 2011 vonden allemaal plaats op een plein.

Â
Het is de tijd van de lijstjes. Wat waren de belangrijkste gebeurtenissen van het afgelopen jaar en wat die van komend jaar? En: waarom kwamen voorspellingen van vorig jaar niet uit, en hebben niet-voorspelde gebeurtenissen tóch de brutaliteit gehad te gebeuren? Nooit voorspelde iemand de val van de Muur, van Lehman Brothers en van Mubarak en Khadaffi in de dubbeldikke kerstnummers van het jaar ervoor.Zelf vind ik 2011 het jaar van de pleinen. Ik noem er vijf, die, in werkelijkheid of symbolisch, méér voor de wereld betekenden dan dat ze midden in een stad een verzamelplaats voor backpackers waren. Op deze pleinen hoort een monument omdat er iets ‘historisch’ gebeurde. En het woord zegt het al: we zullen dat pas achteraf vaststellen.

1. Op het Tahrirplein in Caïro ontwaakte de Arabisch Lente. De Tunesische venter Mohammed Bouazizi wees de weg, maar zijn land heeft de pech geen rol te spelen in het Midden-Oostenconflict. Eenmaal van de verbazing bekomen begingen we de naïeve vergissing door de doorbraak van de democratie en de humane rechtsstaat te begroeten. Dat viel tegen (ook elders): de militairen die op de eisen van het Tahrir-plein ingingen en dictator Mubarak opzijschoven, bleken grote moeite te hebben met de vooruitgang. Democratie lijkt in de MONA-regio een spel waarin goed georganiseerde fanatieke minderheden de macht kunnen grijpen. De tussenbalans een jaar later is dat er een derde weg bestaat naast reactionaire dictatuur in uniform en islamitisch-radicalisme (of zelfs Al-Qaida), in de vorm van een dappere, fragiele middenklasse die via sociale media en geweldloos protest aan de deur klopt. Voor de vrede minder goed nieuws. De tegenstelling tussen autoritaire stabiliteit en democratische onrust werd verontwaardigd als vals bestempeld, maar dat moet zich nog bewijzen. De stemming tussen Egypte en Israël is er niet beter op geworden.

2. Op het Parelplein in Manama (Bahrein) werden spoedig ook de grenzen van de Arabische Lente aangegeven. De revolutie kon worden bevochten (Libië, Jemen, misschien Syrië) maar ook gesmoord (Saoedi-Arabië) of vermorzeld. Ergens ligt een geopolitieke grens, zichtbaar in het drijvende staal van de Amerikaanse Vijfde Vloot die in Bahrein zijn thuisbasis heeft, en in de grote olieplatforms die belangen dienen die machtiger zijn dan legitiem binnenlands verzet. Op het Parelplein verstoorden de Bahreinse bulldozers en oproerpolitie het protest van tienduizenden opposanten van de sjiitische minderheid die regime change eisten. En toen maakten daar half maart ineens Saoedische militaire kolonnes, geholpen door andere Golfstaatjes, aan alle illusies een einde. Wij keken een beetje de andere kant op.

3. Op alle Beurspleinen ontsproot in 2011 de Occupy Movement, wereldwijd verzet tegen de schrijnend grote rijkdom van een schrijnend kleine minderheid, het 99%-1%-fenomeen. In meer dan honderd steden in meer dan honderd landen is er een protesterende tak, volgens sommigen zijn er wel drieduizend ‘filialen’. Al is dat indrukwekkend, en al is de publieke verontwaardiging tegen de private hebzucht terecht en legitiem, het verrassendst is toch de hulpeloze onmacht van de beweging. Een teken aan de wand: met morele onschuld kom je in de wereld van nu niet ver.

4. Op het Schumanplein (en de Wetstraat) in Brussel voltrok zich op 9 december het drama van de Britse aftocht uit Europa. Oude politiek in reverse zou je kunnen zeggen: Thatcher was dertig jaar geleden op vileine wijze voor uitbreiding van de Europese Gemeenschappen, juist om verdieping te voorkomen door een teveel aan stemgeluid. Nu valt Cameron in Maggies zwaard. Met de verdiepte EU-min-1 gooit Engeland zichzelf eruit. Ik voorspel dat Nederland daar spijt van krijgt en in een oude Luns-reflex vervalt: Londen erbij houden om een Duits-Franse directoraat te temmen.

5. Hoe belangrijk pleinen in 2011 waren drong op de valreep tot Russische autoriteiten door: een voor onmogelijk gehouden demonstratie van vijftig- à honderdduizenden die de verkiezings-charade van Poetin-Medvedev zat zijn, werd op 9 december bangig van het Revolutie- naar het Moerasplein gedirigeerd. Hoe veelzeggend is zo’n move. Zó geregisseerd als de corruptocratie is, zó lamgeslagen als de Russen eronder zuchtten; zo verrassend en verontrustend moet het volksprotest op Poetin zijn overgekomen.

Het lijkt duidelijk: autoriteiten zullen in 2012 aan pleinvrees lijden.

12 december 2011

Ko Colijn: Het Genève-probleem
Hoort bij: Geen categorie — admin @ 08:52

Sinds een jaar of tien is er met biologische wapens iets merkwaardigs aan de hand.
Het antibuitenlandbeleid van de PVV ten spijt, geldt Nederland nog steeds als een keurig land dat rust, reinheid en regelmaat in de wereld promoot.­ We begeven ons niet gauw op glad ijs. We zijn voorzichtig en liefst voorbeeldig. We willen andere landen graag laten zien hoe je je hoort te gedragen in de internationale politiek.

Veel invloed hebben we niet, dus we moeten het slim doen. Daar zijn verschillende manieren voor. Je kunt proberen een permanente stoel te krijgen aan de tafel van de G20, maar dat lukt de laatste tijd slecht. Of je doet mee in de talloze internationale overlegclubs en probeert even boven jezelf uit te stijgen door voorzitterschappen te bemachtigen. Met tact en geduld kun je het dan ver brengen. In de zijtonelen van de wereldpolitiek bereik je soms meer dan in de schijnwerper van het grote spel. Een voorbeeld is ons huidige voorzitterschap van de Nuclear Suppliers Group, achter de schermen bezig met de vraag welke gevoelige nucleaire technologie aan welke landen mag worden verkocht, en welke niet. Ander voorbeeld: Nederland is nu voorzitter van de overlegclub die over het verbod op biologische wapens gaat. In het slaperige Genève, waar het ontwapeningsfiliaal van de VN is gevestigd, is deze week de vijfjaarlijkse conferentie bijeen die de wereld moet beschermen tegen oorlogvoering met antraxbrieven, vogelgriep en varkenspest. Sinds vorige week is er sprake van opwinding aan de voet van de Mont Blanc, want Hillary Clinton maakte bekend de conferentie te komen toespreken. Wat voert haar naar Genève?

Een precaire zaak wellicht. Sinds een jaar of tien is er met biowapens iets merkwaardigs aan de hand. Aan de ene kant zorgde 9/11 voor grote angst: zouden bioterroristen toeslaan met poederbrieven en konden ze dodelijke ziekten via de airco of waterleiding verspreiden? Ja, maar dat leidde niet tot wat je misschien zou verwachten. De Biologische Wapen Conventie lijdt al sinds 1975 aan een opvallende zwakte: het mist een zogenoemd verificatiemechanisme (zeg maar toezicht). Daar zou in 2001 juist over onderhandeld worden. Maar poederbrieven of niet, George Bush jr. weigerde in dat jaar verder te onderhandelen over zulke controleregels, en sindsdien is het gesprek over biologische wapenbeheersing een beetje op een dood spoor gekomen. Het argument van de VS was dat het ondoenlijk was alle activiteiten in de gaten te houden die iets met biologische wapens te maken konden hebben. Je kon niet alle ziekenhuizen, laboratoria, biologiepractica, voedselfabrikanten en de hele geneesmiddelenindustrie onder internationaal toezicht brengen. En dat wilde Bush ook om een andere reden niet, er waren te grote commerciële belangen mee gemoeid. Geen pottenkijkers s.v.p.

Met enige spanning wordt tegen de huidige conferentie opgezien, al was het maar omdat het Nederlandse voorzitterschap in de aanloop behoedzaam, maar toch, had gesuggereerd dat de discussie over verificatie misschien weer eens moest worden opgepakt. Veel landen zijn teleurgesteld in de regering-Obama, die zich in dit opzicht nauwelijks anders bleek op te stellen dan Bush. De Ameri-kanen willen het biogevaar liever zien als een wereldwijd gezondheidsprobleem, eerder op te lossen door mooie woorden als transparantie en vertrouwenwekkende maatregelen, dan door harde inspectiemaatregelen met wapeninspecteurs in ziekenhuizen.

Deskundigen zijn nieuwsgierig of Clinton nu alsnog met concessies naar Genève komt, of aanwipt om de vergadering nog eens in te peperen dat de Amerikanen niets van zo’n verificatiesysteem willen weten. Pikant is dat in de VS juist schrik en discussie is ontstaan over een in Nederland ontwikkeld, levensgevaarlijk, van dier op mens overdraagbaar vogelgriepvirus. Dat is in opdracht van de (nota bene Amerikaanse) National Institute of Health gebeurd. De Rotterdamse vinding is omstreden: ze bewijst de bestrijding van biowapens een dienst omdat nu is aangetoond dat een H5N1-pan-demie van dier op mens mogelijk is, dus een nuttige waarschuwing. Maar anderen vinden het een (te) gevaarlijk experiment omdat het virus op de een of andere manier in verkeer­de handen zou kunnen vallen. Deze kwestie is nu voorgelegd aan de Amerikaanse National Science Advisory Board for Biosecurity. Maar had dat niet vóór het experiment moeten gebeuren in plaats van achteraf? Volgens een rapport van wapenexpert John Stein-bruner (Controlling Dangerous Patho-gens, 2007) moeten experimenten uit deze risicoklasse vooraf getoetst worden, want de veiligheidsbelangen kunnen té groot zijn. Het Genève-probleem in een notendop.

1 december 2011

Ko Colijn: Samen naar de ondergang
Hoort bij: Buitenland, EUROPA — admin @ 16:20

 Europa speelt een eindspel van zelfdestructie, met de eurozone en de hele Europese Unie als inzet

Al jaren worden we voorbereid op de langzame val van het Westen en de machtsoverdracht aan de Aziatische kolossen. Maar langzaam gaat het niet meer, want het lijkt wel of Europa en de Verenigde Staten de verleiding van het masochisme niet kunnen weerstaan. Veel verschillen en maar één grote overeenkomst: innerlijk verlamd gaat de terugtocht nu wel heel snel, en de twee spelen eensgezind met vuur om op het laatste moment aan de vlammen te ontkomen.

De grootste vijand van de VS is ons begrotingstekort, waarschuwde stafchef Mike Mullen afgelopen zomer. Inderdaad, de bomen groeien ook in de VS niet meer tot in de hemel. Al is het land nog veruit de grootste militaire macht ter wereld, het economische verval gaat jaarlijks met procenten tegelijk. Tien jaar geleden produceerde Amerika nog bijna een derde van de wereldoutput, nu is dat nog maar een vijfde. De overheidsschuld verdubbelde intussen van 6000 miljard dollar naar het nauwelijks te bevatten bedrag van 14000 miljard dollar nu. Er moet dus bezuinigd worden, om het simpel te zeggen. Zelfs het Pentagon gaat de komende tien jaar 450 miljard dollar bezuinigen op defensie. Europa is kind van de rekening, want president Obama zei vorige week in Canberra: ‘Lagere defensie-uitgaven van de VS zullen niet, ik herhaal, niet ten koste gaan van de Asia-Pacific’. Het wegzakkende Amerika heeft besloten om zich te concentreren op China, de Atlantische Oceaan wordt stiller.

Misschien had Obama daar in het Verre Oosten nog de hoop dat een supercommissie van Republikeinen en Demo­cra­ten een compromis zouden vinden over diezelfde bezuinigingen. Maar tot ieders schrik faalden ze door Repu­blikeinse kortzichtigheid. De consequentie daarvan is dat er nu niet 450 miljard dollar, maar liefst 600 miljard dollar zal moeten worden bezuinigd op defensie. Hoog spel, want de Repu­blikeinen speculeren erop dat defensie – heilige koe – wel met een list zal worden ontzien, maar Obama pokert mee en weigert dat. ‘No way,’ heeft hij de Republikeinen laten weten. Als beiden de hakken in het zand zetten, staat Amerika volgens Leon Panetta (minister van Defensie) ‘een holle krijgsmacht die zijn missies niet meer kan uitvoeren’ te wachten. Dan heeft de VS volgens hem ‘het kleinste grondleger sinds 1940’ en de ‘kleinste marine sinds de Eerste Wereldoorlog’. En om een paar gevolgen te noemen die ook Nederland raken: dan zouden zomaar het JSF-programma en het raketschild in Europa kunnen sneuvelen. Al kun je dat afdoen als het vertrouwde blufspel van dreigen (en niet doen), het geeft wel aan dat de politieke verhoudingen in het jaar van de presidentsverkiezingen niet verziekt genoeg kunnen zijn. Wat wel zeker is: Europa mag toekijken, áls de VS zichzelf nog uit de malaise weet te trekken, dan zal het geld eerst naar de Pacific gaan en niet meer deze kant uitrollen.

Intussen speelt Europa zelf ook een adembenemend eindspel van zelfdestructie. Nu niet met Griekenland, Italië of Zuid-Europa, maar met de eurozone en de hele Europese Unie als inzet. De beleggers vluchten nu uit de euro en speculeren tegen de politici zelf die maar niet met de Grote Oplossing voor de crisis komen. Die wordt tergend langzaam voorbereid door Angela Merkel, die niets minder wil dan een strenge Europese begrotingsunie. Daarvoor is een verdragswijziging nodig – een nachtmerrie na het referendumparcours dat het Verdrag van Lissabon moest doorlopen. Mutti zwicht niet voor de kortetermijnoplossingen die economen haar afsmeken: de geldpers en het uitgeven van euro-obligaties. Die jagen de Duitsers de stuipen op het lijf omdat ze de inflatie zouden aanwakkeren respectievelijk de rente zouden verhogen, zonder dat daar harde garanties op begrotingsdiscipline van de zwakke eurolanden tegenover staan. Dus eerst die garanties, vindt Merkel, dan misschien pas die ‘stabiliteitsobligaties’.

Hoog spel, want haalt de euro intussen 9 december, de volgende EU-top in Brussel? Banken zijn al bezig om noodscenario’s te bedenken na een collaps van de euro. De Duitse reisgigant TUI sluit contracten af met Griekse hotels in drachmen. Ondertussen wordt er lustig gespeculeerd over Europa-scenario’s die een halve eeuw lang, en zelfs een maand geleden, volstrekt ondenkbaar waren. Zoals: Europa dat in drie schrootbrokken uiteenvalt: Steuropa, Zweuropa en Beuropa. De triple-A-landen Duitsland-Frankrijk-Nederland-Oostenrijk-Luxemburg-Finland zouden verder kunnen gaan met een sterke euro. Een tweede brok van zwakke eurobroeders, en een derde dat buiten de euro verder moddert. Of een eurozone die land voor land afkalft, te beginnen met Griekenland. Het ondenkbare als laatste redmiddel, soms werkt het.

Oudere berichten »